cantine Dorplein

Budel-Dorplein: het bijzondere fabrieksdorp in Brabant

Home » Bestemmingen » Nederland » Noord-Brabant » Budel-Dorplein: het bijzondere fabrieksdorp in Brabant

Dorplein. Nee, het is geen spelfout. We hebben het hier niet over het dorpsplein van Budel, maar over een wijk met de naam Dorplein, vlak bij Budel. Dorplein is een bijzonder dorp. Honderddertig jaar geleden stond hier nog helemaal niets. Nu telt het dertien rijksmonumenten en twee gemeentelijke monumenten. En het is een beschermd dorpsgezicht. En dat met minder dan 1500 inwoners.

Zink met me mee naar het zuiden van Brabant en laat je onderdompelen in de wonderlijke geschiedenis van Budel-Dorplein.

De Zinkfabriek

In 1892 werd in Budel de eerste (en enige) zinkfabriek van Nederland gebouwd. De oprichters waren twee broers, Emile en Luciën Dor, en hun zwager François Sepulchre. Zij waren afkomstig uit Wallonië. Toentertijd was Luik het zinkcentrum van Europa doordat daar zinkerts beschikbaar was. De gebroeders Dor weken echter uit naar Nederland, naar Budel.

Waarom Budel? In de eerste plaats omdat er hier nog niemand woonde. Een zinkfabriek had in die tijd veel schadelijke uitstoot. De gebroeders Dor waren daardoor niet welkom dichter bij de bebouwde kom. De fabriek mocht bijvoorbeeld niet in Weert worden gebouwd. Bij Budel konden ze echter een terrein van 900 hectare aan heide en vennen aankopen.

Een andere reden was de aanwezigheid van de Ringselven, een groot meer dat voorzag in het benodigde koelwater. Qua transport lag de fabriek bovendien ideaal aan de Zuid-Willemsvaart en langs de IJzeren Rijn. En bovendien was het nog dicht genoeg in de buurt van Luik waar personeel geworven kon worden. De zinkfabriek staat er nog steeds en is nog steeds in werking. Het is nu onderdeel van Nystar, een multinational en marktleider in zink.

Het fabrieksdorp Budel-Dorplein

Doordat de fabriek zo afgelegen lag, moesten er in de directe omgeving huizen en andere voorzieningen gebouwd worden voor de fabrieksarbeiders. Zo ontstond er een heus dorpje, dat feitelijk een onderdeel van de fabriek was. De bouw van het dorp werd “Le project de Dorplein” genoemd en stond onder leiding van Emile Dor, die ingenieur van beroep was.

Het dorp wilde zoveel mogelijk zelfvoorzienend zijn. Er kwam een slagboom omheen. Ze bouwden eigen boomgaarden en boerderijen. Eigen aardappelkelders voor de voorraden. Een hotel. Er kwamen een schoolmeester, veldwachters en er werden kerkdiensten georganiseerd. Alles onder de bezielende leiding van de directie van de zinkfabriek. Het dorp, dat tot in het begin nog “Nieuwdorp” heette, kreeg van de gemeente de naam “Dorplein”. Hiermee werden de oprichters van de fabriek geëerd.

De voertaal in het dorp was lange tijd Frans. De eerste medewerkers van de fabriek waren immers allemaal afkomstig uit Wallonië. Nog steeds is de invloed van het Frans hier erg aanwezig. Zo worden gidsen hier cicerones genoemd. En ook de wandelroute heet “Le Project de Dorplein”.

Het Prisonneke

Naarmate het aantal bewoners steeg, kwam er ook meer behoefte aan het handhaven van orde. De fabriek stelde daarom veldwachters aan, in het Frans “gardes” genoemd. Ook werd er een gevangenis gebouwd tegenover het huis van de garde. Ook de gevangenis werd in het Frans aangeduid als prison. Omdat het nogal een klein gebouw was, heet het in de volksmond Prisonneke.  Deze kleine gevangenis van twee cellen, is de enige particuliere gevangenis die Nederland ooit heeft gekend.

De Cantine

De huizen in Dorplein werden in eerste instantie vooral gebouwd op Waalse wijze en met Belgische materialen. Nu oogt het een beetje raar: typische Waalse woningen hier in Noord-Brabant (en nee, het is hier niet Waals-Brabant). Deze gebouwen waren een soort van vier-onder-een-kap, met twee woningen aan de voorzijde en twee aan de achterzijde. Hier konden de gezinnen van fabrieksarbeiders wonen.

Voor alleenstaande fabrieksarbeiders werd een groot gebouw gemaakt om in te wonen. Het gebouw uit 1898 oogt als een klooster, maar het was feitelijk een wooncomplex met behalve een pension ook een winkel, bakkerij, wasserij, ziekenzaal, kapel en een café. Het beheer ervan lag in handen van zusters van de H. Carolus Borromeus uit Nancy. Zij zorgden onder andere voor het kleuteronderwijs, verpleging van gewonden en het uitbaten van de winkel. Vanaf de jaren ’30 werd het beheer overgenomen door de zusters van de Dochters der Liefde van de H. Vicentius à Paulo, die er tot 1987 zijn gebleven.

cantine Dorplein

In het pand is ook een grote ontspanningsruimte aanwezig. Groot genoeg voor 600 mensen bekend vanwege de acoustiek. De beroemde zanger Johnny Hoes (ook producer van onder andere de Zangeres Zonder Naam en Doe Maar) nam er in de jaren ’60 zijn platen op.

Het gebouw heet officieel Hôtel St. Joseph, maar wordt ook wel “De Cantine” genoemd of “De stal”. Opvallend aan het gebouw is het dak, dat on-Nederlands versierd is met een patroon van verschillende kleuren dakpannen.

De kerk

Een dorp is geen dorp zonder kerk. Ook voor de arbeiders van de zinkfabriek was een kerk nodig, omdat het te ver lopen was naar de kerken van het nabijgelegen Budel of Hamont. Toch heeft het tot in de jaren 50 geduurd voordat er een kerk gebouwd werd. Tot die tijd werden kerkdiensten op het fabrieksterrein gehouden bij een kapel. In plaats van kerkklokken kondigde de fabrieksfluit de erediensten aan.

De kerk die er nu staat is een beetje een vreemde eend in de bijt. Hij is gebouwd in 1952 en duidelijk recenter dan de andere gebouwen in Dorplein. Het gebouw heeft ook geen monumentenstatus. Aan de voorkant staan twee kerktorens. De kerkklokken werden Luciën en Emile genoemd, naar de oprichters van de fabriek. Omdat de kerk pas in 1963 een officiële parochie werd, werd deze geleid door een “rector”, betaald door, jawel, de fabriek.

Sinds 2014 zijn er geen kerkdiensten meer in dit gebouw en in 2020 is het gebouw verkocht.

Het Heilig Hartpark

Vlak tegenover de Cantine lag een evenemententerrein. Het werd vooral gebruikt voor recreatie en bij processies. In het midden stond een Heilig Hartbeeld, vandaar de naam Heilig Hartpark.

Maar het park werd vanaf de jaren ’50 steeds minder gebruikt en raakte verwilderd. Nu is het een mooi stukje natuur, waar door saneringswerken ook een aantal plassen zijn ontstaan. De Duitse zandloopkever (wie kent hem niet?) komt er voor. Het is zelfs de enige plaats in Nederland waar deze kever voorkomt.

Wandelen rond Dorplein: Wandelroute “Le Project de Dorplein”

Budel-Dorplein laat zich bij uitstek goed verkennen met een wandeling. Het dorp ligt midden in grenspark Kempen-Broek tussen bossen, heide en vennen. Het is daardoor erg afwisselend met stukjes historische bebouwing en prachtige natuur. Met een beetje geluk ontmoet de je galloways die hier grazen.

>>> Lees ook over andere wandelingen in de Kempen-Broek: Het Weerterbos aan de andere kant van Weert, bijvoorbeeld. Of de Trage Tocht Swartbroek. Net over de grens heb je ook een mooie wandeling met rolstoelpad in de Itterbeekvallei bij Maaseik.

Ter plaatse zijn er twee wandelingen uitgezet. Een gele wandeling van 7 kilometer en een rode wandeling van 3,5 kilometer. De gele gaat door natuur en het oude fabrieksdorp. De rode gaat vooral door natuur. Je kunt beide routes combineren tot een wandeling van 10 kilometer. Startpunt is het gemeenschapscentrum De Schakel, Sint Barbaraweg 1. Je kunt daar parkeren.

Informatieborden

Onderweg kom je veel informatiebordjes tegen over de gebouwen. Ze geven een beeld hoe het dorp functioneerde en waarom bepaalde gebouwen nodig waren. Het zijn behoorlijk wat bordjes die je tegenkomt, dus als je er een beetje interesse voor hebt kun je je hart ophalen hier. Kun je niet wachten? Dan kun je nu alle teksten alvast lezen op de website van Le Projet de Dorplein.

Rondleidingen

Eens per maand kun je ook meegaan met een gids. Elke laatste zondag van de maand gaat er een rondleiding waar je voor twee euro bij kunt aanschuiven. De wandelingen zijn een initiatief van het Platform Dorplein Uniek. Meer informatie over de routes en de rondleidingen tref je op hun website.

Honden los in Looserplas: mooie losloopgebied in Dorplein

Als je Dorplein wilt bezoeken, dan hoef je je hond niet thuis te laten? Aan het begin van de gele wandeling tref je één van de mooiste losloopgebieden die ik ooit gezien heb. Bij de Looserplas is door Natuurmonumenten samen met hondenliefhebbers een gebied van maar liefst 6 ha omheind. Hier kunnen honden naar hartenlust spelen en rondrennen.

En zwemmen. Er ligt namelijk een prachtig meertje voor de waterratten onder onze viervoeters. Ondanks de koude wilde mijn Muppet de kans niet onbenut laten. Toch een halve Labrador, hè! Maar zelfs voor haar was echt zwemmen dit keer niet aan de orde en besloot ze het bij pootjebaden te houden.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

3 comments